16 maart 2026

Delen geeft ruimte: van parkeerplaats naar ontmoetingsplek

Hoe maak je ruimte in een groeiende stad? Bij nieuwbouwprojecten is er tegenwoordig minder ruimte voor parkeerplaatsen en meer vraag naar groene, sociale buurten; dit vraagt om andere keuzes. Bij de workshop ‘Delen geeft ruimte’ tijdens het Regiocongres van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen hoorden de deelnemers hoe deelmobiliteit letterlijk en figuurlijk ruimte kan creëren.

Titia Bijma Titia Bijma

De gemeente Nijmegen loopt voorop als het gaat om autodelen. Niet voor niets won de stad in 2024 voor het tweede jaar op rij de Deelaward voor middelgrote gemeenten. Björn Uffing en Titia Bijma namen de aanwezigen mee in de stevige woningbouwopgave: in de komende 10 jaar worden er ruim 13.000 woningen gebouwd met een lage parkeernorm. “Zonder die lagere parkeernorm kunnen we de woningen niet bouwen”, legt Titia uit. “Maar als we mensen vragen om ergens te wonen zonder auto, moeten de andere voorzieningen wél goed zijn. Deelmobiliteit speelt daarin een grote rol.” De gemeente faciliteert en stimuleert, maar het echte verschil wordt gemaakt door bewoners zelf. Dit is ook terug te zien in de cijfers:

·        10.000 accounts van Nijmegenaren op autodeelwebsites

·        100 privéauto’s worden actief gedeeld

·        Er ontstaan continu nieuwe initiatieven voor autodeelcoöperaties

·        Op dit moment wordt er een nieuwe autodeelgroep opgestart met 50 geïnteresseerden

Coöperatie ZoOost: autodelen als buurtversterker

Een mooi voorbeeld van inwoners die samen het verschil maken, is Coöperatie ZoOost in Nijmegen-Oost. Voorzitter Hartger Wassink en mede-initiatiefnemer Paul Geelen vertelden over hun ervaringen. Wat begon als een zoektocht naar een betaalbaar en duurzaam alternatief voor een (tweede) auto, groeide uit tot een gemeenschap van 33 leden, waarvan 24 actieve gebruikers. Inmiddels delen zij 5 auto’s en een aantal (elektrische) fietsen. Maar de coöperatie gaat om méér dan alleen mobiliteit. Hartger: “Autodelen is niet alleen handig en goedkoop, maar het vergroot ook de samenhang in de buurt. En daar investeren we ook in. We laten nieuwe leden bijvoorbeeld geen overeenkomst tekenen via de app, maar we organiseren een tekenfeestje. Daar ontmoeten gebruikers elkaar en ze leren elkaar kennen. Dat sociale component is volgens mij de echte meerwaarde van een coöperatie.”

Autodelen kan wel spannend zijn in het begin: is de auto opgeladen, staat hij op tijd op de afgesproken plek en heeft de vorige bestuurder hem wel schoon achtergelaten? Maar juist het gedeelde eigenaarschap zorgt voor betrokkenheid. Hartger: “We lossen het samen op. In de gezamenlijke app kwam laatst een bericht voorbij dat iemand geen tijd had om de auto van de lader af te halen. Ik kwam er later op de avond toch nog voorbij, dus heb ik dat even gedaan.”

Motivatie verschilt; en dat is prima

Een deelnemer uit het publiek vraagt zich af met welke motivatie mensen zich aansluiten bij ZoOost. Paul: “Dat verschilt echt per persoon. De een doet het vanwege duurzaamheidsoverwegingen, een ander wil van de kosten van een eigen auto af. Autodelen is voor 80% van de mensen namelijk goedkoper dan het hebben van een eigen auto. Weer anderen vinden het gewoon leuk om dingen samen te doen. Maar niet iedereen wil een auto delen: soms wil iemand gewoon altijd de beschikking hebben over een eigen auto. Dat moet je dan ook vooral doen. We zijn er zelf ontzettend enthousiast over, maar van ons hoeft echt niet iedereen aan de deelauto.”

De aanwezigen zijn enthousiast, maar ze zien ook nog wel drempels. Hoe ver moet je bijvoorbeeld lopen naar een deelauto en is er wel altijd één beschikbaar? En hoe gaat het eigenlijk met de sleutel, waar blijft die? Paul: “Reserveren gaat via een app en voor het openen van de auto heb je ook alleen een telefoon nodig. In de auto zelf zit een kastje dat registreert hoeveel elke gebruiker rijdt. En tot nu toe blijkt er bijna nooit iemand mis te grijpen. Gebeurt dat wel? Dan kan je uitwijken naar een commerciële aanbieder. De coöperatie vergoedt dan het verschil.” Harter vult aan: “Onderschat ook vooral niet wat mensen zelf willen. Ik loop zelf maximaal 300 meter naar een deelauto. Als er in de toekomst meer mensen aansluiten in de wijk, dan wordt dit maximaal 50 meter. Je hebt voor dit soort projecten echt de early adopters nodig om het van de grond te krijgen.” Volgens Paul is het ook gewoon een kwestie van wennen. “300 meter lijkt ver, maar hoe lang doe je daar nou over?”

De Ruimtemaker: experiment in de straat

Een ander tastbaar voorbeeld van ‘delen geeft ruimte’ is de inzet van zogeheten Ruimtemakers. Deze installaties zijn net zo groot als 1 parkeerplaats, ingericht met groen en bankjes. Steden als Rotterdam en Amersfoort werken er al mee en ook de gemeente Nijmegen kocht er 10. Wijken konden zichzelf aanmelden voor een pilotperiode van 1 jaar. Een voorwaarde was dat je er als buurt samen achter moest staan. Björn benadrukt dat 100% draagvlak niet haalbaar is. “Maar als er niemand wakker van ligt, doen we het wel. Bevalt het na een jaar? Dan wordt de parkeerplaats definitief vervangen door een ontmoetingsplek. Bevalt het niet? Dan wordt het weer een parkeerplaats.” De pilot loopt nu ten einde, dus het is tijd voor de Ruimtemakers om te verhuizen naar andere plekken. In de buurten waar ze nu staan, gaat de gemeente langs voor een evaluatie. De buurten die het willen, krijgen een permanente groene plek.

De eerste ervaringen zijn positief: mensen gaan op de bankjes zitten en raken met elkaar in gesprek. Er was wat angst voor overlast, maar daar was van tevoren al een oplossing voor bedacht: de bankjes zijn opklapbaar en alleen de buurtbewoners hebben de sleutel. Maar wat blijkt? De bankjes hoefden nooit op slot.

Samen gemeenschappen opbouwen

Uit het publiek komt de vraag of we verschuiven van een parkeernorm naar een deelmobiliteitsnorm, maar volgens Titia is dat nog te vroeg. “Er ontbreekt nog overstijgend beleid; oplossingen zijn nu vaak gefragmenteerd. Maar in gebiedsontwikkelingen haken we wel steeds vaker coöperaties aan. In projecten zoals Winkelsteeg investeren we bijvoorbeeld zelf in deelmobiliteit. Dat laten we niet afhangen van de ontwikkelaar. En deze nieuwe vormen van omgaan met de parkeernorm gaan we vaker zien. Als we ruimte willen maken in de stad, moeten we durven experimenteren. Niet van bovenaf opleggen, maar samen met bewoners vormgeven.”

Ook Paul denkt dat de oplossing ligt in samenwerken. “We moeten samen nadenken hoe we weer gemeenschappen kunnen opbouwen. Deelmobiliteit en Ruimtemakers zijn daarbij geen doel op zich. Het zijn middelen om ruimte vrij te maken, straten leefbaarder te maken en de sociale cohesie te versterken.” Volgens Titia hoeft dit niet moeilijk te zijn: “Begin laagdrempelig en ga in gesprek met bewoners. Vaak zit er al een haakje wat mensen interessant vinden. Het is minder ingewikkeld dan we denken.”

Delen geeft ruimte. En soms begint dat gewoon met één parkeerplek minder en één gesprek meer.