18 maart 2026

Suzanne Hesseling: “Infrastructuur en gedrag zijn altijd verbonden”

De Zuidflank is de gezamenlijke aanpak van gemeenten in het Rijk van Nijmegen, de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) om mobiliteitsvraagstukken in de zuidelijke regio op te lossen. We spraken eerder al met de voorzitter van het ‘Bestuurlijk Overleg Zuidflank’ Cilia Daemen over visie en ambitie. Maar hoe vertaalt dit zich naar de praktijk?

Suzanne Hesseling werkt al jaren voor de regio en is coördinator van de Zuidflank. Daarnaast is ze gebiedscoördinator voor Slim & Schoon onderweg in dit deelgebied. “Ik ben van huis uit planoloog,” vertelt ze. “Ik kijk dus altijd naar de koppeling tussen mobiliteit en ruimtelijke ordening. In de Zuidflank zie je dat die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.”

Suzanne Hesseling Suzanne Hesseling

Grip op elf opgaven

De koers voor de Zuidflank is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda met elf mobiliteitsopgaven. Van fietsverbindingen en hubs tot spoor, onderliggend wegennet en grotere dossiers zoals de A50.

Suzanne: “We proberen met die uitvoeringsagenda grip te krijgen. Bij elke opgave staat wie trekker is, wie aanhaakt, wat de planning is en hoe het zit met financiering. Het is minder sturen en meer coördineren. Zorgen dat we overzicht houden en dat partijen elkaar blijven vinden.” Ze benadrukt dat dit geen opzichzelfstaand iets is. “We werken samen met zeven gemeenten, de provincie en Rijkswaterstaat. En soms heb je ook andere provincies nodig. Dat maakt het complex, maar ook krachtiger.”

Minder ad hoc, meer samenhang

De Zuidflank is een zogenoemde gebiedsgerichte corridoraanpak. In de praktijk betekent dat: geen opzichzelfstaande projecten, maar de samenhang opzoeken. Die samenhang is volgens Suzanne essentieel in een gebied waar woningbouw, werkgelegenheid en mobiliteit elkaar sterk beïnvloeden. “Voorheen werkte iedereen aan eigen dossiers,” zegt Suzanne. “Dan kwam er bijvoorbeeld een aanpak om de verkeerssituatie rond één knelpunt op te lossen. Dat werd al snel ad hoc. Nu kiezen we met elkaar: dit zijn de opgaven die echt bijdragen aan bereikbaarheid én mobiliteitstransitie. Dat helpt om planningen beter op elkaar af te stemmen en om samen richting te krijgen én te houden.”

Gedragsverandering

De Zuidflank draait om meer dan alleen infrastructuur. Gedrag speelt een minstens zo grote rol. “Infrastructuur en gedrag moet je altijd samen zien,” zegt Suzanne. “Je kunt een hub aanleggen, maar als mensen niet bereid zijn om daar over te stappen op het ov of de fiets, blijft het effect beperkt.”

Hetzelfde geldt voor het spoor. “Als je meer mensen in de trein wilt krijgen, moet die trein aantrekkelijk zijn. Maar ook werkgevers moeten meedoen. Denk aan het stimuleren van een ov-business card of slimmer parkeerbeleid.”

Volgens Suzanne is de gedragsaanpak geen losse toevoeging. “Slim & Schoon Onderweg zit verweven in de opgaven. Zonder gedragsmaatregelen red je het niet.”

Werkgevers als sleutel in bereikbaarheid

Werkgevers spelen een belangrijke rol in het veranderen van reisgedrag. Een mobiliteitsmakelaar gaat actief langs bij grote werkgevers en gemeenten om afspraken te maken.

“Op campussen zoals Heijendaal zie je dat de urgentie groot is,” zegt Suzanne. “Daar is de parkeerdruk enorm. Dan ontstaat sneller bereidheid bij de werkgevers om het verkeer van en naar werk anders te organiseren.”

Op bedrijventerreinen is dat lastiger. “Daar is het ov niet altijd optimaal. En niet alle bedrijventerreinen zijn goed georganiseerd met zaken zoals een parkorganisatie. Zelfs gemeenten vinden het lastig om als werkgever afspraken te maken om eigen personeel op een andere manier dan de auto naar het werk te krijgen. Mobiliteitsafdelingen willen vaak wel, maar het blijkt lastig te regelen met afdelingen zoals personeelszaken of HR. Bovendien lopen organisaties soms vast op praktische of fiscale vragen.” Toch ziet Suzanne iets veranderen. “Steeds meer werkgevers zien door het fileleed dat het echt anders moet.”

Openbaar vervoer als hefboom

Suzanne ziet het openbaar vervoer als de belangrijkste hefboom om de bereikbaarheid merkbaar te verbeteren. “De Maaslijn is een goed voorbeeld. Als we in de ochtendspits meer treinen kunnen laten rijden tussen Mook-Molenhoek en Nijmegen, kun je echt mensen uit de auto krijgen.”

“Ook de nieuwe ov-concessie biedt kansen. Slimmere verbindingen en directere lijnen maken het ov aantrekkelijker. Je zag voorheen dat bussen bijvoorbeeld altijd via Nijmegen centraal reden. Daar moest je dan overstappen naar Heijendaal. In de nieuwe ov-concessie rijden er straks vanuit plaatsen zoals Beuningen directe bussen naar Heijendaal en naar Nijmegen CS; overstappen is dan niet meer nodig.

Door slim na te denken over efficiëntere routes, wordt het traject tussen Heijendaal en Nijmegen centraal rustiger en zitten mensen minder lang in de bus.”

Ondanks de mogelijkheden van het ov, blijft de auto een belangrijke factor. “De A50 en het omliggende wegennet blijven aandacht vragen. Zolang de A50 een knelpunt blijft, zie je uitwijkgedrag. Mensen nemen dan sluiproutes met alle irritaties en gevolgen van dien.”

Knelpunten: capaciteit en middelen

De grootste bottleneck zit niet alleen in asfalt of rails. “Kleinere gemeenten hebben soms maar één of twee mensen op mobiliteit,” zegt Suzanne. “Regionale samenwerking vraagt dan extra inzet. Bestuurders staan bovendien achter de uitvoeringsagenda, maar middelen zijn niet altijd meteen gereserveerd.” Ook bestuurlijke drukte is een punt van aandacht. “Er zijn meerdere tafels en overlegstructuren. Dat helpt om focus te houden, maar vraagt ook veel afstemming.”

Zelf het goede voorbeeld

Suzanne merkt hoe belangrijk locatie is voor reisgedrag. “Ik reis zelf bijna altijd met het ov. Zeker nu het GMR-kantoor bij Arnhem Centraal zit. Dan wordt de keuze voor het ov vanzelf makkelijker.” Daar zit volgens haar ook een bredere les. “Het wordt steeds belangrijker waar je woon- en werklocaties plant. Niet: we bouwen hier een woonwijk en de mobiliteit volgt wel. Dat werkt niet meer in een regio waar het netwerk al onder druk staat. Helaas zie je, ook in onze regio, nog steeds nieuwe woonwijken die onvoldoende aansluiten op goede verbindingen”.

De weg vooruit? Samenwerken!

Suzanne hoopt voor de komende jaren het overzicht te houden. Dat wil zeggen: niet terugvallen in losse en eenmalige oplossingen, maar blijven zoeken naar samenhang. “Ik hoop voor onze regio dat groei hand in hand gaat met andere reiskeuzes, dat we vaker de fiets nemen bij mooi weer, dat het ov zo efficiënt is dat het een prettiger alternatief is voor de auto én dat er nog betere hubs komen.” Suzanne haar boodschap? “We doen het samen. Met gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat en werkgevers. Je hebt elkaar echt nodig om dit voor elkaar te krijgen.”